Sint Vincentius: rolmodel en beschermheilige

Hij is een van de beschermheiligen van de Congregatie Dochters van Maria en Joseph en wordt ook wel gezien als de architect ervan. Vincentius à Paulo, later Sint Vincentius, wordt in 1581 geboren in een eenvoudige boerenfamilie in het zuiden van Frankrijk. Zijn geboortestadje draagt sinds 1828 zijn naam: Saint Vincent de Paul. In 1600 wordt hij tot priester gewijd. In 1612 wordt hij pastoor in Clichy en een jaar later huiskapelaan en leraar van de gegoede familie Gondi. Twee ervaringen in 1617 zorgen voor een keerpunt in zijn leven. De ene betreft de ernstige geestelijke nood en de nood aan verzoening met zichzelf en God, die hij bij een man in Folleville aantreft. De andere ervaring is de schrijnende armoede die hij bij een gezin in Chatillon ziet. De spirituele en materiële misère raken hem diep en zetten hem aan tot actie. Hij trekt van parochie naar parochie met als motto: ‘Le pauvre, c’est Jesus Christ’ (‘De arme, dat is Jezus Christus’).

Daadkrachtig liefdewerk
In 1625 sticht hij de missiecongregatie van de Lazaristen, die in verre landen het evangelie prediken. Acht jaar later staat hij aan de basis van de zustercongregatie Dochters van Liefde, die het lot van de armen probeert te verbeteren en daarom wereldwijd bekendheid en aanzien geniet. Zijn liefde voor de mensen aan de zelfkant van de samenleving gaat bij hem samen met een hoge positie in de Rooms-Katholieke Kerk in Frankrijk en goede contacten in de hoogste adellijke kringen. Hij staat zelfs aan het sterfbed van de Franse koning Lodewijk XIII. Die connecties hebben de daadkracht van zijn liefdewerk zeker niet in de weg gestaan. Kenmerkend voor de spiritualiteit van Vincentius, die naastenliefde koppelt aan effectief handelen, is zijn volgende uitspraak: “Je verliest er niets bij zusters, wanneer je het gebed of de eucharistie moet verlaten om naar de armen te gaan, want je gaat naar God als je de armen gaat dienen.”