Toen en nu

Petronella Coppens

Het is 1813. Petronella Coppens, een ongehuwde welgestelde vrouw in het arme ’s-Hertogenbosch, vangt een verlaten meisje op. Verlaten kinderen komen uit de onderklasse en hebben vaak geen ouders die voor hen kunnen zorgen. Als Petronella meer van deze kinderen helpt, vraagt de Bossche kapelaan (later pastoor) Jacobus Heeren andere vrouwen haar bij te staan. Dat brengt hem in 1820 tot de oprichting van de Congregatie Dochters van Maria en Joseph, ook wel Zusters van de Choorstraat genoemd. Het is het begin van een groot liefdewerk in vooral scholen, internaten, weeshuizen, ouderenpensions en ziekenhuizen, in binnen- en buitenland.

Sint Vincentius

Sint Vincentius en andere beschermheiligen
Pastoor Heeren, die tot aan zijn dood in 1859 de geestelijk leidsman van de zusters is, kiest Vincentius à Paulo als belangrijkste beschermheilige. In het Frankrijk van de zeventiende eeuw is Vincentius een van de pleitbezorgers voor meer mededogen met armen en kansarmen en geeft daarin zelf het goede voorbeeld. Naast Sint Vincentius worden ook Maria, Jozef en Johannes patronen van de congregatie. Het motto, dat nu nog wordt gebruikt, is In Omnibus Charitas, In Alles de Liefde.

Onderwijs aan een doof kind

Groei en pionierswerk
Na een aarzelend begin maakt de nieuwe zustergemeenschap in de tweede helft van de negentiende eeuw een flinke groei door, die in de jaren daarna zelfs uitbundig genoemd kan worden. In steeds meer dorpen en steden opent de congregatie een afdeling, vaak om onderwijs- en verzorgingstaken op zich te nemen. Bijzonder aan de werkzaamheden die de zusters oppakken, is vooral het pionierswerk op grote onderwijsinternaten voor kinderen die doof of slechthorend zijn, een verstandelijke beperking hebben, met gedragsproblemen kampen of een lichamelijke beperking hebben. Bekend in dit verband zijn het Instituut voor Doven in Sint-Michielsgestel (nu: Kentalis), Huize Sint Vincentius in Udenhout, het Paedologisch Instituut (nu: PI-school) in Nijmegen en de Sint Maartenskliniek, eveneens in Nijmegen. In deze instellingen behoren de zusters tot de grondleggers van verschillende vernieuwende onderwijs-, zorg-, behandel- en pedagogische methoden.

Onderwijs aan doofblinde kinderen in Indonesië.

Succesvolle missie in Indonesië
Ook in het buitenland (Brazilië, China, Indonesië en Congo) zijn de zusters actief. Een van die missies, in Indonesië, is uitgegroeid tot een kleine maar levendige zustergemeenschap met meerdere communiteiten. Van daaruit wordt veel en veelzijdig liefdewerk gedaan, zoals onderwijs aan dove, slechthorende of doofblinde kinderen, ouderenzorg en hulp en advies aan vrouwen en kleine zelfstandige boeren.

Afbouw en opbouw
Na de Tweede Wereldoorlog begint, als gevolg van onder meer de individualisering en de roepingencrisis, de afbouw, althans in Nederland. Maar het fundament blijkt te sterk om de congregatie als een nachtkaars uit te laten gaan. In 2010, als de congregatie haar 190-jarig jubileum viert, besluit het bestuur een doorstart te maken. Het gevolg daarvan is dat in het moederhuis in ’s-Hertogenbosch een Huis voor Spiritualiteit is ingericht, waar u lezingen en trainingen op christelijk en spiritueel gebied kunt volgen. Ook zijn nieuwe verbintenissen mogelijk.